Peru was voor mij geen onbekend land. Twintig jaar eerder had ik er zeven maanden doorgebracht met vrienden. Nu gingen Lysanne en de kinderen mee, en kwamen er naast de oude bekenden een hoop nieuwe wensen op de kaart. Sandboarden. Machu Picchu. De jungle in. En als het even kon: een capibara zien. Vijf weken hadden we. Het werd een reis met stoffige schoenen, steeds meer alpacakleding in de tas en heel veel redenen om nog even te blijven.

We begonnen in Lima, zakten langs de woestijnkust naar het zuiden en trokken via Arequipa en Colca de Andes in. Daarna kwamen het Titicacameer, een uitstap naar Copacabana in Bolivia, Cusco en de Heilige Vallei. Machu Picchu bewaarden we tot na al die andere Inca-plekken. Vanuit Cusco vlogen we naar de Amazone; Lima kreeg aan het einde nog een heel weekend. Hieronder lees je hoe die reis voor ons uitpakte.
Lima: landen, rondkijken en vrienden zien
Na bijna twaalf uur vliegen was alleen de taxirit naar Miraflores al een attractie. Het verkeer, het getoeter, ineens de oceaan naast ons. Een hotelkamer met stapelbed werd goedgekeurd en boven op het dak proostten we op de aankomst. De volgende ochtend wandelden we via Parque Kennedy en Larcomar langs de Malecón naar Parque del Amor. Beneden de zee, boven ons de parapenters. Twintig jaar eerder had ik hier zelf door de lucht gehangen; deze keer keken we vanaf het gras.
Bij Café de la Paz zagen we Mauro en zijn dochter terug. Uno kwam op tafel en bleek een uitstekende manier om het gesprek tussen de kinderen op gang te krijgen. Daarna gingen we samen naar het Circuito Mágico del Agua. In het donker kwamen die fonteinen en gekleurde projecties goed tot hun recht. Miraflores was een fijne eerste basis; Barranco en het oude centrum hielden we voor het laatste weekend, samen met onze vriend en gids Zeze.
Paracas, Huacachina en Nazca: een volle eerste week
We stapten in een Cruz del Sur-bus naar Paracas. Na het afgeven van de bagage konden de korte broeken aan. Die middag reden we met minibuggies het reservaat in: eerst tussen het gewone verkeer, daarna een zandpad op en ineens alleen maar golvende woestijn. Bij Yumaque en Playa Roja stapten we uit om rond te kijken en uit te waaien. De rode kust, de zee en dat enorme lege landschap waren prachtig in het late licht.
De ochtend erna voeren we naar de Islas Ballestas. Pelikanen bij de haven, zeeleeuwen tussen de rotsen en pinguïns die zich niet bepaald makkelijk lieten vinden tegen al die witte vogelpoep. Op de terugweg zagen we een zeeschildpad. De gids en kapitein pakten zelf ook hun telefoon; kennelijk was dit ook voor hen een bijzonder moment.
Diezelfde middag stonden we in Huacachina. Door de Fiestas Patrias was het druk, en een vooraf geboekte tour hebben we na het bekend worden van de uitvoerder nog omgegooid. Via WhatsApp regelden we een eigen buggy en les op echte sandboards. Rustiger rijden deed de chauffeur daar niet van. We scheurden door de duinen, oefenden in een boardpark en zagen de zon over het zand zakken. Terug bij Banana Adventure Hostel waren ceviche en iets kouds precies wat we nodig hadden. Slapen ging minder soepel: buiten bleef het nog lang levendig.
Vanuit Huacachina reisden we door naar Nazca. Onze host Reynaldo hielp ons op weg. De volgende dag vlogen we boven de lijnen: spectaculaire figuren onder ons, flink wat bochten in de lucht. Later nam Reynaldo ons mee naar de spiraalvormige aquaducten van Cantayoc en een uitkijkpunt in het avondlicht. Daarna brachten we de bagage naar het busstation. Om 22.30 uur begon de nachtbus naar Arequipa.
Arequipa en Colca: terrassen, vulkanen en condors
De busstoelen waren ruim, maar de bochten maakten de nacht onrustig. In Arequipa konden we gelukkig vroeg onze hotelkamer in. Na een douche en een lunch in de tuin van Tío Darío kwam de energie terug. We wandelden door Yanahuara, voerden alpaca’s bij Mundo Alpaca en dwaalden over Calle Santa Catalina. De volgende dag volgden een stadswandeling, het felgekleurde klooster en later het eten op lavasteen bij Zig Zag. Arequipa gaf ons twee dagen waarin er veel te zien én te proeven viel zonder opnieuw onze bagage te verplaatsen.
Voor de rit naar Colca hadden we via Zeze een privéchauffeur geregeld. Elvis — niet Presley, zei hij meteen — reed ons drie dagen rond, van Arequipa via Chivay naar Puno. Onderweg reden we door een landschap van vulkanen en kuddes vicuña’s. Bij het hoge uitzichtpunt maakten we een korte stop; daarna daalden we naar de vallei. Bij het hotel hoorden we de rivier en konden we ’s avonds het verwarmde zwembad in.
De volgende ochtend ging de wekker wel vroeg. Via Yanque en de terrassen van de vallei reden we naar Cruz del Cóndor. Nog vóór we goed en wel bij het uitkijkpunt stonden, zagen de kinderen de eerste vogels. Even later zweefden er meerdere door het dal, en één kwam vlak langs ons voorbij. Terug bij het hotel volgden warmwaterbaden. Later hingen we zelf boven de Colca, aan de kabels van een zipline. Een behoorlijk geslaagde dag.
Titicaca: terug naar de Fundo, en even Bolivia in
We bereikten Fundo Chincheros, bij Puno. Voor mij was dat een bijzonder weerzien: hier lagen herinneringen van twintig jaar eerder. De boerderij had inmiddels elektriciteit, warm water en wifi, maar de knusse kamers en het weidse uitzicht waren vertrouwd. Zeze en Gabriela stonden ons op te wachten. De puppy’s kregen meteen volop aandacht, later brandde het haardvuur en kwamen de verhalen op tafel. De volgende dag was er tijd om op de boerderij rond te rommelen en paard te rijden.
Dit deel van de reis bleef niet binnen Peru. Tijdens ons verblijf in het Titicacagebied maakten we ook een uitstap naar Copacabana aan de Boliviaanse kant van het Titicacameer. Op de kaart hieronder zie je de Peruaanse hoofdlijn; die grensuitstap hoort dus bij ons verhaal, ook al staat hij daar niet ingetekend.
Cusco en de Heilige Vallei
In Cusco bleven we drie dagen. Ik liep langs het hostal waar ik twintig jaar eerder had geslapen en daarna met het gezin naar de Plaza de Armas. Een van die ochtenden begonnen we bij Mercado Wanchaq. Later tijdens een stadswandeling wees de gids ons op binnenplaatsen en gebouwdetails waar we zelf zo aan voorbij waren gelopen. Terug zijn in een bekende stad bleek nog genoeg nieuws op te leveren.
Daarna trokken we de Heilige Vallei in. Een van de uitstappen bracht ons naar Chinchero, de ronde terrassen van Moray en de zoutpannen van Maras. We proefden zout en chocola, en namen uiteraard wat mee. Die middag zaten we weer in de tuin bij Kallpawasi. De kinderen beschilderden tassen met kunstenares Adriana Iraola terwijl wij met Zeze bijkletsten. Het waren juist zulke middagen die net zo goed bij de reis hoorden als de grote bezienswaardigheden.
We stopten onderweg naar Ollantaytambo bij een kolibrie-reservaat. Daarna ging de bagage naar El Albergue, ons hotel in het treinstation. Achter de ingang bleek een hele wereld te liggen: een tuin, boerderij, koffiebranderij en distilleerderij. We wandelden naar het dorp en beklommen de terrassen van de archeologische site. ’s Avonds aten we in het stationsrestaurant terwijl buiten de treinen binnenreden.
Machu Picchu, na al die andere Inca-plekken
Voor de treinreis pasten we nog een chocoladeworkshop in. Onze eigen repen gingen mee naar Aguas Calientes. De rit voerde langs steeds groener wordende bergen; vanuit de grote treinramen bleven we kijken. In het dorp spraken we alvast met Fredy, onze gids voor de volgende dag. De toegangsbewijzen waren ruim van tevoren geregeld, dus die avond hoefden we alleen nog iets lekkers te eten en op tijd te gaan slapen.
Onze entree was om 11.00 uur, voor circuit 2. Beneden stond een flinke rij voor de bussen, maar boven mochten we precies op tijd naar binnen. Het was helder weer. Na Cusco en de plekken in de Heilige Vallei kwam hier veel samen: terrassen, tempels, enorme stenen en daarachter die steile groene bergen. Fredy bleef uitleggen en aanwijzen. We namen de tijd om te kijken. Dit was een van die dagen waarop je steeds denkt: we staan hier gewoon echt.
Na het bezoek gingen we terug naar het dorp en met de trein naar Ollantaytambo. Onze grote bagage stond nog bij El Albergue. Die haalden we op voordat de taxi ons naar Cusco bracht. Het werd een lange dag, met een heerlijke herhaling bij restaurant Campo als afsluiter.
De Amazone: uitstappen én een zwembad
Vanuit Cusco vlogen we naar Puerto Maldonado. Bij het uitstappen sloeg de warmte ons tegemoet. We sliepen bij Enai, aan de Madre de Dios, met vanuit de kamer uitzicht op de rivier. Voor ons werkte een hotel met zwembad en losse excursies heel goed. We wilden de jungle zien, maar vonden het ook heerlijk om na afloop te kunnen afkoelen en gewoon in een comfortabele kamer te slapen.
Bij Lago Sandoval gingen we eerst per boot, daarna te voet door het bos en vervolgens in een kano het meer op. De kinderen zochten op een kaart welke dieren ze zagen. Aapjes tussen de takken, een kaaiman bij het water, vogels die zich nadrukkelijk lieten horen. Op de terugweg was het inmiddels donker en veranderde hetzelfde bospad in een heel ander avontuur. Een zaklamp hadden we niet ingepakt; die hadden we hier graag gehad.
Tijdens ons verblijf liepen we hoog tussen de boomtoppen over de hangbruggen bij Inkaterra. De dag erna leerden we mandjes vlechten en gingen we nog één keer het water op. Luiaards zagen we eerst, verstopt hoog in de bomen. Maar de grote wens was nog niet afgevinkt. Toen kwam het bericht bij onze gids binnen: capibara’s gespot. De boot keerde om en even later zagen we er twee langs de oever lopen. Missie volbracht.
Een laatste weekend Lima, met veel trek
Voor het laatste weekend vlogen we terug naar Lima. Zeze kwam speciaal voor het laatste weekend over en later sloot Gabriela aan. Terwijl zij met de kinderen een gezellige avond hadden, gingen Lysanne en ik naar Central. Dat stond al lang op ons lijstje. Het menu voerde langs de verschillende hoogtes van Peru, met ingrediënten uit gebieden waar we de afgelopen weken zelf waren geweest. Een bijzondere manier om die reis nog eens langs te laten komen.
De volgende dag trokken we samen door Barranco. Ceviche bij Canta Ranita, langs kraampjes, ijs eten, straatkunst bekijken en rondneuzen bij Dédalo. Op zondag namen we de bus naar het historische centrum, waar Zeze ons rondleidde tot in de catacomben van San Francisco. Daarna nog ijs in Miraflores en een laatste pisco sour. Lima verdiende die tweede ronde.
Op onze vertrekdag hadden we nog tijd voor ontbijt, laatste inkopen en lunch met onze vrienden voordat de taxi naar het vliegveld kwam. De volgende dag waren we thuis. Vijf weken, en toch voelde vertrekken vroeg.
Onze reis in één overzicht — zomer 2025
- 23–24 juli: aankomst in Lima en Miraflores.
- 25–28 juli: Paracas, Ballestas, Huacachina en Nazca; daarna de nachtbus.
- 29 juli–1 augustus: Arequipa en de Colca-vallei.
- 2–8 augustus: Titicacagebied, Fundo Chincheros en de uitstap naar Bolivia.
- 9–11 augustus: Cusco.
- 12–15 augustus: Heilige Vallei, eindigend in Ollantaytambo.
- 16–17 augustus: Aguas Calientes, Machu Picchu en terug naar Cusco.
- 18–21 augustus: verblijf bij Puerto Maldonado.
- 22–25 augustus: Lima en terugvlucht; thuiskomst op 26 augustus.
Welke keuzes zou je voor jouw reis anders maken?
De kustdagen waren bij ons behoorlijk vol. Daarna hadden we vaker meerdere dagen vanuit dezelfde plek, en bij de Fundo speelden de mensen die we terugzagen een grote rol. Dat hoef je niet één op één over te nemen. Zonder Bolivia kun je langer aan de Peruaanse kant van het meer blijven of dagen toevoegen aan een andere plek. Wil je vooral de natuur in, dan kan een afgelegen jungle-lodge beter passen dan onze hotelkeuze. En wie niet graag in een bus slaapt, zal die nacht Nazca–Arequipa anders willen invullen. Gebruik onze reis vooral om te ontdekken welke delen jou aanspreken; de mooiste herinneringen hoeven niet dezelfde te worden.